Op zoek naar nieuwe balans tussen voeding, bemesten en mestafzet

Nieuws

Anticiperen op nieuwe realiteit

Gepubliceerd op
25 april 2019

Een ruime mestopslag biedt de mogelijkheid om meer drijfmest in het voorjaar af te voeren en zelf voldoende beschikbaar te hebben voor de tweede snede. Driekwart van de benodigde afzet is door de familie Dekker al afgevoerd naar akkerbouwers in de regio, die per kilogram fosfaat meer stikstof ontvangen dan voorheen door de oplopende N/P-verhouding in de mest.

N-benutting bodem stijgt, N-benutting veestapel daalt

Als deelnemer in de BES-pilot werkt de Koeien & Kansen-deelnemer Dekker in Zeewolde met een verruimde stikstofnorm uit dierlijke mest, waarvoor ze kunstmestruimte hebben ingeleverd. Deze extra ruimte hebben ze ingevuld met extra gift drijfmest voor de 1e en 2e snede. De mest is verdund met water op het land gebracht om de benutting te verbeteren. Uit tabel 1 blijkt dat dit een positief effect heeft op de ruw eiwitgehalten in de kuilen. Deze kennen een oplopende lijn.

Opbrengst grasland 2018 2017 2016 2015
Kg ds/ha 13.640 14.277 16.385 13.973
RE/ kg ds 196 169 151 144
N / ha 427 386 396 322
P2O5 114 122 149 130

Tabel 1: Overzicht opbrengsten grasland Koeien & Kansen-deelnemer Dekker

Tegelijkertijd zien we dat de N-benutting van de veestapel daalt en de P-benutting van de veestapel stijgt. Verder valt het op dat in de afgevoerde mest van dit voorjaar de N/P-verhouding is opgelopen naar 3,2, terwijl deze verhouding in 2018 lag op 2,8. Ook de cijfers van de voermeetweken tonen een dalende trend van de stikstofefficiëntie van de veestapel aan. Dit is bedrijfseconomisch en milieutechnisch ongewenst. Als vuistregel kan volgens Gielen aangenomen worden aangehouden dat elke %punt daling €50 per koe kost. ‘’Besparing op eiwitaankoop en minder mestafzet leveren hier de winst op’’, zegt Jaap Gielen, specialist melkveehouderij bij Countus.

Nieuwe realiteit

De stijging van de eiwitopbrengst van eigen grond met de inzet van extra dierlijke mest is zeer gewenst. Zeker vanuit bedrijfseconomisch oogpunt en vanuit de grondgebondenheidsdoelstelling van 65% eigen eiwit van eigen land in 2025. Meer eiwit zelf telen en deze ook benutten is de uitdaging voor het verbeteren van het bedrijfsrendement en het verhogen van het percentage eigen eiwit. De daling van de N-benutting is dus niet wenselijk. De hogere eiwitgehalten in de graskuilen is een nieuwe realiteit, die de familie Dekker de laatste 15 jaar niet meer heeft meegemaakt. Dit heeft gevolgen voor het voerregime op dit bedrijf. Het zal moeten worden aangepast om de stikstofbenutting te verhogen.

Ruw eiwit / KVEM verhouding verlagen

Het verder verlagen van de ruw eiwit / KVEM-verhouding in het rantsoen is nu de strategie. Dit kan door bijvoorbeeld het voeren van erwtenvezel of witlofwortelen; producten met veel energie en weinig eiwit. Dekker heeft nu deze producten toegevoegd aan zijn rantsoen. Daarnaast kan hij nog aanpassingen doen aan de samenstelling van zijn krachtvoer door de RE/KVEM-verhouding van het eiwitkernmeel aan te laten passen. Dit jaar gaat hij daarom zijn eerste snede gras bewust later maaien. Hij streeft naar een RE per kilogram droge stof van 170 g, lager dan het gehalte van 2018.

P-benutting veestapel mag lager

Met witlofwortelen en erwtenvezels worden ook producten aangevoerd met een lage P/KVEM verhouding. Hierdoor blijft de P-benutting van de veestapel op een hoog niveau. Vanuit bemestingsoogpunt zou deze iets lager mogen, zodat het P-gehalte in de mest stijgt. Bijproducten met een lage RE/KVEM-verhouding en iets meer P per kilogram droge stof zijn geen bezwaar. Ondanks de mogelijkheid van extra dierlijke mest, blijft de fosfaatbalans op de bodem nog negatief. De N/P-verhouding in de mest moet terug onder de drie. Dan wordt met 350 kilogram N uit dierlijke mest fosfaatevenwichtsbemesting gerealiseerd. Collega akkerbouwers ontvangen dan weer minder stikstof per kilogram fosfaat.

Anticiperen

De effecten van de toepassing van BES nemen toe, waarop in de bedrijfsvoering moet worden geanticipeerd. De verhouding Re/KVEM in het rantsoen moet omlaag en de verhouding P/KVEM mag iets omhoog. Hiervoor wordt gericht naar voedermiddelen gezocht op het bedrijf van Dekker