Nieuws

Experimenteren met gedeelde drijfmestgift in het  voorjaar

Gepubliceerd op
7 mei 2021

Sommige bedrijven krijgen in de BES-pilot meer ruimte om drijfmest aan te wenden op hun grasland. Echter, een hogere drijfmestgift verhoogt het risico op stikstof- en fosfaatafspoeling. Dat gaat ten koste van waterkwaliteit. Koeien en Kansen melkveehouder Kees-Jan van Wijk uit Waardenburg experimenteerde daarom dit voorjaar met een gedeelde bemesting van drijfmest om te onderzoeken of deze strategie risico’s beperkt.

Kees-Jan van Wijk koos ervoor om dit voorjaar de bemesting voor de eerste snede te delen. Op een deel van het perceel heeft hij één keer een gift van 35m3 gegeven op 24 februari (1xM). Op het andere deel van hetzelfde perceel is op 24 februari gaf hij 20m3. Vervolgens heeft hij op 8 maart een tweede gift van 20m3 gegeven (2xM). Het N-gehalte van de drijfmest was gemiddeld 4,0 g N/ kg wat betekent dat in de 2xM behandeling 20 kg N extra uit drijfmest is aangewend. Beide bemestingen zijn verdund met 50% water en uitgevoerd met een sleepvoetbemester met sleepslangaanvoer. De kunstmestgift was met 36 kg N/ ha gelijk op beide perceelshelften.

In de laatste week van april is de grashoogte gemeten en zijn in beide perceelshelften vensters uitgeknipt en gewogen. Het geknipte gras is vervolgens opgestuurd naar Eurofins voor een voederwaardeanalyse.

Resultaten

1 x M 2 x M Relatief verschil
Totaal drijfmest N (kg/ ha) 140 160 14%
Totaal kunstmest N (kg N/ ha) 36 36 0%
Totaal N (kg N/ ha) 176 196 11%
Kg DS/ ha 2270 2640 16%
RE in vers gras (g/ kg DS) 172 186 8%
Geoogst N vers gras (kg N/ ha 63 79 26%
N-efficiëntie. (% teruggewonnen N) 36% 40% 13%

De 1xM is bemest met totaal 176 kg N totaal waarvan ongeveer 140 kg N uit drijfmest en 36 kg N uit kunstmest (tabel 1). De kunstmestbemesting was in de 2xM behandeling gelijk maar de drijfmest bemesting was 20 kg N/ ha hoger wat resulteerde in een bemesting van totaal 196 kg N/ ha. In de 2xM behandeling is dus ruim 10% meer stikstof via drijfmest aangewend voor de eerste snede.  

Gemiddeld stond er op het moment van meten 2270 kg DS/ ha in de 1xM behandeling en 2640 kg DS/ ha in de 2xM behandeling (+370 kg DS/ ha; Tabel 1). Het gras bevatte respectievelijk 172 en 186 g RE/ kg DS in de 1xM en 2xM behandeling wat overeenkomt met 27,5 en 29,8 g N/ kg DS. Op het moment van meten stond er 63 kg N/ ha in de 1xM en 76 kg N/ ha in de 2xM behandeling.

Van de totale stikstofgift is in de 1xM behandeling 36% benut in het gewas, en in de 2xM is 40% benut in het gewas. De 2xM heeft een 13% hogere benutting ondanks een hogere drijfmestgift.

Positieve resultaten

Het lijkt erop dat een gedeelde bemesting, zelfs in een koud voorjaar, leidt tot een hogere benutting en hogere gewasopbrengsten. Ook als de totale bemesting hoger is bij een gedeelde bemesting. Toch vraagt dit resultaat nog nader onderzoek.

Discussiepunten en vervolgvragen

  • Deze proef kent verschillende discussiepunten. Zo is er geen herhalingen aangelegd op het bedrijf van Van Wijk. Het kan dus altijd “toeval” zijn geweest dat deze resultaten uit de proef naar voren komen. Het is dus zinvol om vaker te experimenteren met een gedeelde drijfmest voorjaarsbemesting in grasland, zeker ook omdat de resultaten in deze proef een aanzienlijk verschil laten zien. Dit voorjaar is het bijvoorbeeld lang koud gebleven. Deze weersomstandigheden hebben geleid tot een lage bodemtemperatuur. Dit komt de gewasgroei en de benutting van meststoffen niet ten goede. Daar staat tegenover dat bij nat en koud weer ammonium relatief goed wordt opgenomen door gras. Bij droog en warm weer haalt gras meer nitraat binnen via de wortels. Een hoge temperatuur is de bodemlevering hoger en kun je het verschil tussen de benutting uit mest minder duidelijk zien. Dus het koude voorjaar heeft er misschien voor gezorgd dat de verschillen juist duidelijk te zijn.
  • Bij het meten van de gewasopbrengst leek er een klein gras-botanisch verschil te zitten tussen de twee perceelshelften. De historie van het perceel was wel hetzelfde. Dit kan de minimale verschillen verklaren in bijvoorbeeld het DVE en OEB-gehalte. Het verschil in het suikergehalte (275 om 252 g/ kg DS) in het verse gras kon niet verklaard worden.
  • De meerkosten van een gedeelde bemesting komen bij Kees-Jan neer op ongeveer €20,- per hectare voor een extra drijfmest aanwending. De extra gewasopbrengst van 350 kg DS/ ha heeft dan ongeveer 5ct per kg DS gekost. Het kan dus ook economisch aantrekkelijk zijn om de drijfmest gift te spreiden over het voorjaar.
  • Het uitvoeren van een gedeelde bemesting kan dus voordelen hebben, maar het brengt ook nieuwe risico’s met zich mee. De draagkracht van bodem moet een tweede bemesting wel toestaan. Als de tweede bemesting in dit geval niet meer uitgevoerd kon worden dan was er 15 kuub minder mest uitgereden voor de eerste snede. Ook is het onbekend of twee kleinere giften beter voor de ammoniakemissie zijn dan 1 grote gift.