koeien en kansen bedrijven leveren gemiddeld 10 koeien in #fosfaatrechten

Nieuws

Hogere melkproductie zorgt voor extra krimp van veestapel bij fosfaatrechten

Gepubliceerd op
26 maart 2018

Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke realiseren in 2017 een gemiddelde melkproductie per koe van ruim 9000 kg melk. In 2015 lag de productie ruim 400 kg melk/koe lager. Door de productieverhoging is gemiddeld een extra krimp van bijna 3 koeien (inclusief bijbehorend jongvee) nodig om binnen de grenzen van de fosfaatrechten te blijven. Deze krimp komt bovenop de generieke korting (gemiddeld 10 koeien minder dan in 2015) die al toegepast moest worden.

Minder koeien aanhouden bij fosfaatrechten

In het webbericht 'Koeien en kansen bedrijven leveren gemiddeld 10 koeien in door fosfaatrechten' kwam naar voren dat Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke in 2018 gemiddeld 10 koeien minder mogen aanhouden ten opzichte van 2 juli 2015. Dit komt door het in werking treden van het stelsel van fosfaatrechten, waarbij bedrijven, die hun mest niet kunnen plaatsen, met 8,3% zijn gekort op hun fosfaatrechten. Uitgangspunt van deze berekening was dat de melkproductie in 2018 gelijk is aan de gemiddelde melkproductie in 2015. In dit artikel kijken we wat de gevolgen zijn voor de krimp van de veestapel wanneer we niet rekenen met de melkproductie van 2015, maar met de gerealiseerde melkproductie van 2017. Naast de 16 Koeien & Kansen-bedrijven uit het vorige webbericht, nemen we in dit webbericht ook de 2 nieuwe Koeien & Kansen-bedrijven mee die in 2018 erbij zijn gekomen.

Meer melk in 2017

Figuur 1 laat zien dat in 2017 de gemiddelde melkproductie op de Koeien en Kansen-bedrijven en De Marke uitkomt op 9037 kg melk per koe. In 2015 was dit gemiddeld nog 8620 kg melk per koe. In drie jaar is de gemiddelde melkproductie gestegen met ruim 400 kg per koe. Niet op ieder bedrijf is de verandering van de melkproductie even groot. Op De Marke en de bedrijven 2 en 12 daalde de melkproductie per koe met 50 tot 400 kg melk. Op de overige 16 bedrijven steeg de melkproductie. Op de bedrijven 3, 7 en 8 steeg de melkproductie in drie jaar het meest, met wel 900 tot 1000 kg melk per koe.

Figuur 1: Melkproductie per koe Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke 2015 en 2017
Figuur 1: Melkproductie per koe Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke 2015 en 2017

Gevolgen voor fosfaatproductie

Uit het artikel over de fosfaatrechten komt naar voren dat 16 Koeien & Kansenbedrijven en De Marke gemiddeld in 2018 met 10 koeien moeten krimpen bij introductie van de fosfaatrechten. Bij een zelfde melkproductie als in 2015 moeten de 18 Koeien & Kansenbedrijven (inclusief de 2 nieuwe bedrijven) en De Marke hun veestapel reduceren van gemiddeld 137 naar iets meer dan 127 koeien. Wanneer de veestapel op deze bedrijven in 2018 niet dezelfde melkproductie heeft als in 2015, maar moeten rekenen met de melkproductie van 2017, heeft dit gevolgen voor de forfaitaire fosfaatproductie. Figuur 2 laat zien dat bij toepassen van de melkproductie 2017 het gemiddelde Koeien & Kansen-bedrijf 150 kg fosfaat meer produceert, dan wanneer met de lagere melkproductie van 2015 wordt gerekend.
Op de bedrijven 2, 12 en De Marke daalt de fosfaatproductie door de lagere melkproductie. Op de bedrijven 5, 16 en 17 blijft deze gelijk ondanks dat de melkproductie licht stijgt. Deze bedrijven blijven ondanks de beperkte stijging van de melkproductie dezelfde fosfaatexcretienorm houden. Bij de overige 14 bedrijven stijgt de fosfaatproductie. Op de bedrijven 3, 7 en 11 is deze stijging meer dan 300 kg fosfaat op bedrijfsniveau.

Figuur 2: Extra fosfaatproductie veestapel in 2018 op Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke bij toepassen melkproductie 2017 i.p.v. melkproductie 2015
Figuur 2: Extra fosfaatproductie veestapel in 2018 op Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke bij toepassen melkproductie 2017 i.p.v. melkproductie 2015

Extra krimp

Omdat bij het stelsel van fosfaatrechten de productie van fosfaat wordt begrensd, moet een extra fosfaatproductie door meer melk per koe leiden tot inkrimping van de veestapel (wanneer geen extra fosfaatrechten zijn aangekocht). Figuur 3 laat zien met hoeveel koeien de Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke extra moeten inkrimpen wanneer gerekend wordt met de melkproductie van 2017 in plaats van 2015.
Uit deze figuur komt naar voren dat De Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke gemiddeld in 2018 ruim 124,5 koeien mogen aanhouden wanneer met de melkproductie van 2017 wordt gerekend. Bij de melkproductie van 2015 zijn dit er ongeveer 3 meer (bijna 127,5 koeien). De bedrijven 2 en 12 mogen door de extra ruimte 2 koeien meer aanhouden (inclusief bijbehorend jongvee). De Marke heeft bij toepassen van de melkproductie van 2017 ruimte voor 1 extra koe.
Op de bedrijven 5, 16 en 17 heeft de verandering in melkproductie geen effect op het maximaal aantal aan te houden koeien omdat deze bedrijven in dezelfde fosfaatcategorie vallen.
De overige 13 bedrijven moeten vanwege de toegenomen melkproductie minder dieren aan gaan houden om te voorkomen dat de aan hen toegekende fosfaatrechten worden overschreden. Ook de bedrijven 7 en 11, die bij toekennen van de fosfaatrechten vanwege hun grondgebondenheid niet met 8,3% hoefden te krimpen, zullen hun veestapel door de toegenomen melkproductie in 2018 wel moeten inkrimpen. Dit met respectievelijk 8 en 9 koeien, inclusief bijbehorend jongvee. Hiermee zijn het ook de twee Koeien & Kansen-bedrijven die door de extra melkproductie het meeste moeten inkrimpen.

Figuur 3: Maximaal aan te houden koeien in 2018 op Koeien & Kansenbedrijven en De Marke bij toepassen fosfaatrechten (bij melkproductie van 2015 en bij melkproductie van 2017) in vergelijking met aangehouden koeien per 2 juli 2015
Figuur 3: Maximaal aan te houden koeien in 2018 op Koeien & Kansenbedrijven en De Marke bij toepassen fosfaatrechten (bij melkproductie van 2015 en bij melkproductie van 2017) in vergelijking met aangehouden koeien per 2 juli 2015

Achtergrond fosfaatrechten

Nederland heeft in 2015 meer fosfaat geproduceerd dan binnen de Europese afspraken is toegestaan. Dit kwam vooral door de sterke groei van de melkveehouderij na de beëindiging van het melkquotum. Om te voorkomen dat Nederland het fosfaatplafond weer overschrijdt, heeft de regering het stelsel van fosfaatrechten in het leven geroepen. Ieder melkveebedrijf met dieren in de categorieën 100, 101 en 102 (melkvee en bijbehorend jongvee) krijgt per 1 januari fosfaatrechten. Ieder fosfaatrecht staat voor een kilo te produceren fosfaat. Melkveebedrijven mogen niet meer fosfaat produceren dan de aan hen toegekende rechten. Uitbreiden kan alleen wanneer fosfaatrechten van andere melkveehouders worden gekocht.

Forfaits
De toegekende fosfaatrechten zijn berekend met behulp van forfaitaire productieforfaits uit 2015. De referentieproductie van fosfaat op 2 juli is berekend door de aantallen dieren per 2 juli 2015 te vermenigvuldigen met de forfaitaire fosfaatproductie per dier in 2015. Voor melkkoeien is het forfait bepaald met behulp van de gemiddelde melkproductie in 2015. De berekening van de fosfaatrechten gebeurt met forfaitaire productienormen, er is geen gebruik gemaakt van BEX.

Korting
Om de toegekende fosfaatrechten voor 2018 te berekenen, kort de overheid de forfaitaire productie van 2015 in principe met 8,3%.
 
Bedrijven met een klein fosfaatoverschot (minder dan 8,3% van de productie), worden minder gekort. Voor die bedrijven geldt dat de toegekende fosfaatrechten gelijk zijn aan de plaatsingsruimte van fosfaat die ze in 2015 hadden.
 
Voor bedrijven die in 2015 geen fosfaatoverschot hadden geldt een uitzondering, deze bedrijven worden niet gekort:  ze krijgen de totale fosfaatproductie per 2 juli 2015 als fosfaatrechten toegekend.


Dit artikel geeft de gevolgen weer van een toegenomen melkproductie op de omvang van de veestapel binnen de toegekende fosfaatrechten. In de praktijk kunnen bedrijven er voor kiezen om in plaats van melkvee, jongvee af te stoten. Ook kunnen fosfaatrechten worden bijgekocht. Een aantal Koeien & Kansen-bedrijven heeft dit ook gedaan. Voor de zuivere vergelijking is de jongveebezetting in dit artikel gelijk gehouden met 2015 en is niet gerekend met aankoop van fosfaatrechten.