Koeien en kansen-ondernemers ondernemen duurzaam_ Koeien&Kansen

Nieuws

Koeien & Kansen veehouders ondernemen duurzaam

Gepubliceerd op
18 januari 2018

De Koeien & Kansen deelnemers scoren in 2016 bovengemiddeld op de duurzaamheidsdoelen; levensduur van melkkoeien, weidegang en natuurbeheer. Dit blijkt uit een vergelijking tussen het gemiddelde Nederlandse bedrijf en de presentaties van de Koeien & Kansen-bedrijven.

Ondanks dat het antibioticagebruik op deze bedrijven ruim aan het gestelde doel van 90% van de bedrijven onder de SDa-actiewaarde ligt, gebruikt een gemiddeld Koeien & Kansen-bedrijf net iets meer antibiotica dan het gemiddelde Nederlandse melkveebedrijf. In het kader van energie-efficiëntie realiseren de Koeien & Kansen-bedrijven een vrijwel gelijk dieselgebruik per 1.000 kilogram melk, terwijl het elektriciteitsverbruik per 1.000 kilogram melk juist iets hoger was. Alhoewel het het project zich vooral focust op mest- en milieuprestaties, presteren deze ondernemers toch bovengemiddeld op het gebied van duurzaamheid.

Duurzaamheidsdoelen

LTO en NZO werken binnen de Duurzame Zuivelketen aan een toekomstbestendige en verantwoorde zuivelsector en daarmee draagvlak in markt en maatschappij. Om hier gestructureerd aan te werken, heeft de Duurzame Zuivelketen duurzaamheidsdoelen geformuleerd. Deze bestaan uit vier thema's:

  1. Klimaatneutraal ontwikkelen
  2. Continu verbeteren diergezondheid en dierenwelzijn
  3. Behoud van weidegang
  4. Behoud van biodiversiteit en milieu.

Voor de verschillende doelen zijn indicatoren geformuleerd om de voortgang te kunnen monitoren. Wageningen Economic Research heeft de resultaten in beeld gebracht tot en met het jaar 2016 in de Sectorrapportage Duurzame Zuivelketen. In dit bericht zijn de prestaties van de 16 Koeien & Kansen-bedrijven voor het jaar 2016 (en soms ook eerdere jaren) voor de meeste indicatoren in kaart gebracht en vergeleken met de gemiddelde prestaties van de Nederlandse melkveehouderij.

Energie

Bij het thema klimaatneutraal ontwikkelen is voor de Koeien & Kansen-bedrijven alleen gekeken naar het energieverbruik en de productie van duurzame energie. Het elektriciteitsverbruik per 1.000 kg melk is op de Koeien & Kansen-bedrijven hoger dan op het gemiddelde Nederlandse bedrijf (+11%). Een mogelijke verklaring voor dit verschil is dat 44% van de Koeien & Kansen-bedrijven beschikt over een melkrobot. Dat is het dubbele van het aandeel landelijk. Het dieselverbruik per 1.000 kg melk was ongeveer gelijk aan het Nederlands gemiddelde.
De Duurzame Zuivelketen-indicator ‘productie van duurzame energie’, uitgedrukt als percentage van het totale energieverbruik in de hele zuivelketen, leent zich niet voor een vergelijking tussen Koeien & Kansen en het Nederlands gemiddelde. Wel kan over de Koeien & Kansen-bedrijven gezegd worden dat er steeds meer eigen productie van duurzame energie plaatsvindt. Een aantal bedrijven heeft windmolens of is onderdeel van een windmolenpark (> 30%). Ook het aantal bedrijven met zonnepanelen groeit. Mestvergisting komt (nog) niet voor op de Koeien & Kansen-bedrijven.

Verbeteren van diergezondheid en dierenwelzijn

Bron: Sectorrapportage Duurzame Zuivelketen; Prestaties 2016 in perspectief (Doornewaard et al., 2017), Koeien & Kansen (niet gepubliceerd)
Bron: Sectorrapportage Duurzame Zuivelketen; Prestaties 2016 in perspectief (Doornewaard et al., 2017), Koeien & Kansen (niet gepubliceerd)

De Duurzame Zuivelketen streeft ernaar de diergezondheid en het dierenwelzijn continu te verbeteren. Eén van de indicatoren waarnaar wordt gekeken is de levensduur van melkkoeien. De Koeien & Kansen-bedrijven hebben met afgerond 5 jaar en 11 maanden in 2016 een hogere gemiddelde leeftijd bij afvoer dan het sectorgemiddelde van afgerond 5 jaar en 8 maanden (op basis van I&R). Uit figuur 1 blijkt dat dat een goede prestatie is. De gevens zijn gebaseerd op cijfers van CRV (1992 t/m 2010) en op basis van gegevens I&R (2011 t/m 2016), gemiddelde leeftijd van melkkoeien bij afvoer op Koeien & Kansen-bedrijven en sectordoel.

Wel moet hierbij opgemerkt worden dat de indicator levensduur van individuele en van kleine groepen bedrijven van jaar op jaar sterk kan wisselen, waardoor het beter is om dan naar bijvoorbeeld een 3-jaarsgemiddelde te kijken.

Een andere indicator binnen het hoofdthema 'Continu verbeteren van diergezondheid en dierenwelzijn’ heeft betrekking op een verantwoord antibioticagebruik. Het streven van de Duurzame Zuivelketen is dat meer dan 90 procent van de melkveebedrijven minder antibiotica gebruikt dan de actiewaarde van de Autoriteit Diergeneesmiddelen, namelijk 6 dierdagdoseringen (DDDAF, Defined Daily Dose Animal farm). Zowel binnen Koeien & Kansen als sectorbreed wordt dit doel ruimschoots gerealiseerd met respectievelijk 100 en 99,5 procent. Een ondersteunende indicator binnen dit thema is het aantal dierdagdoseringen (uitgedrukt in DDDAF). In 2016 realiseerden de Koeien & Kansen–bedrijven gemiddeld 2,4 dierdagdoseringen. Dit is wel hoger dan het gemiddelde van 2,1 dierdagdoseringen van alle Nederlandse melkveebedrijven. De variatie tussen bedrijven is groot, zowel als het gaat om de gemiddelde leeftijd bij afvoer als om het antibioticagebruik.

Behoud weidegang

In 2016 paste 78,9% van de melkveebedrijven in Nederland een vorm van weidegang toe, waarbij het bij 70,5% van de bedrijven ging om volledige weidegang. Dat wil zeggen dat melkkoeien minimaal 120 dagen per jaar ten minste 6 uur per dag weidegang hebben op een weide met voldoende grasaanbod. Op 8,4% vond een overige vorm van weidegang plaats. Dat wil zeggen dat ten minste 120 dagen per jaar minimaal 25% van het rundvee op een weide met voldoende grasaanbod weidt.  
Op de Koeien & Kansen-bedrijven was het aandeel bedrijven met weidegang met 87,5% hoger dan het Nederlands gemiddelde. De Koeien & Kansen–bedrijven voldeden hiermee als groep goed aan de doelstelling om het aandeel bedrijven met beweiding op het niveau van 2012 (81,2%) te behouden.Wel is het aandeel bedrijven met volledige weidegang op Koeien & Kansen-bedrijven lager dan het sectorgemiddelde. 

Behoud van biodiversiteit en milieu

Voor biodiversiteit wordt nog gewerkt aan een goede indicator en een monitoringsystematiek. Om toch al iets te kunnen zeggen over het thema biodiversiteit, is in beeld gebracht welk aandeel van de melkveehouders lid is van een Agrarische Natuurvereniging (ANV) en op hoeveel procent van de bedrijven een vorm van natuurbeheer plaatsvindt. Van de Koeien & Kansen-bedrijven is 50 procent lid van een ANV in 2016, terwijl dit 40 procent sectorbreed is. Verder past 69 procent van de Koeien & Kansen-bedrijven een vorm van natuurbeheer toe op het bedrijf, ten opzichte van 57% van alle melkveehouders in Nederland.