Dossier

Stikstof

Stikstof is een voedingsstof voor planten, een essentiële bouwsteen van het leven. De huidige stikstofproblematiek in Nederland wordt veroorzaakt door een hoge depositie van stikstof op natuurgebieden. Wageningen University & Research helpt mee om tot nieuwe oplossingen te komen om uit de huidige stikstof-impasse te komen. Dat doen we vanuit verschillende disciplines: landbouw, economie en natuur.

Hieronder beantwoorden we vijf veelgestelde vragen over de stikstofproblematiek.

1. Wat is stikstof eigenlijk?

Stikstof (N) is een belangrijke voedingsstof voor plantengroei en essentieel voor de vorming van eiwitten, samen met fosfaat. Beiden worden daarom toegediend in meststoffen. In Nederland is sprake van een zeer hoge toediening in de vorm van kunstmest en dierlijke mest, mede als gevolg van een hoge stikstofimport in de vorm van veevoer. Dit leidt onder andere tot grote verliezen naar lucht in de vorm van ammoniak (NH3). Daarnaast worden stikstofoxiden (NOx) met name door verkeer en industrie uitgestoten.

2. Zijn stikstofdioxide en ammoniak schadelijk?

Stikstofdioxiden en ammoniak komen neer op natuurterreinen waar ze de voedselrijkdom verhogen en bijdragen aan de bodemverzuring. Hierdoor ontstaat onbalans in voedingsstoffen, waaronder een tekort aan calcium, kalium en magnesium en een overschot aan stikstof. Planten die niet zoveel stikstof kunnen verwerken verdwijnen. Planten die goed gedijen op stikstofrijke gronden, zoals gras en brandnetels, krijgen de overhand. Daardoor neemt de diversiteit aan plantensoorten af en treden ook effecten op in de vogelstand en andere fauna.

Stikstofoxiden in de lucht leiden ook tot de vorming van ozon (smog) en stikstof levert ook een behoorlijke bijdrage aan fijnstof, waardoor het ook schadelijk is voor de gezondheid.

3. Wat veroorzaakte het stikstofprobleem in 2019?

Stikstofproblematiek speelt eigenlijk al sinds begin jaren '80, toen er veel aandacht was voor zure depositie, zogeheten “zure regen”. Zure depositie kan voorkomen in natte vorm (regen) en droge vorm (gassen, deeltjes). Deze depositie bestaat uit zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NOx) en ammoniak (NH3). Naast zwavel, wat sinds 1980 met meer dan 80% is gedaald, ging het toen al om hetzelfde stikstofprobleem.

Sindsdien heeft de Nederlandse overheid dan ook getracht de uitstoot van stikstof te beperken. Vanaf 1990 is de uitstoot meer dan gehalveerd. Daarbij daalt de stikstofdioxide uitstoot al dertig jaar gestaag, maar de afname in de uitstoot van ammoniak is sinds ongeveer 2010 gestagneerd. In 2015 introduceerde de overheid daarom het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Echter, in mei 2019 oordeelde de Raad van State dat het PAS niet voldoet. Door die ‘stikstofuitspraak’ moet Nederland nieuwe maatregelen nemen om de stikstofdepositie op natuurgebieden te verminderen.

Lees door over het huidige stikstofprobleem

Europese lidstaten zijn volgens de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) verplicht om natuurgebieden in een „goede staat van instandhouding” te brengen, en daarbij ook de milieucondities te verbeteren. Die condities zijn in Nederland nog altijd zeer matig.

De depositie is sinds 1990 met circa 45% gedaald (zo'n 40% voor ammoniak en ruim 50% voor stikstofdioxide). Maar op ongeveer driekwart van het Nederlandse natuuroppervlak komt nog steeds te veel stikstof terecht. Van de 160 Natura 2000-gebieden in Nederland zijn er ongeveer 120 waarvan de stikstofdepositie boven een kritische depositiewaarde (KDW) ligt.

In 2015 initieerde de overheid het Programma Aanpak Stikstof (PAS), om de uitstoot van stikstof verder te verminderen en de negatieve gevolgen ervan te beperken. Maar volgens een uitspraak van de Raad van State in 2019 voldoet het PAS niet. Daarom mogen er sindsdien bijvoorbeeld geen nieuwe autowegen en woonwijken worden aangelegd zonder dat de extra stikstofuitstoot die hiermee gepaard gaat, wordt gecompenseerd.

In opdracht van het ministerie van LNV werd het Adviescollege Stikstofproblematiek ingesteld. Deze commissie, waar ook experts van WUR in zijn vertegenwoordigd, adviseerde de minister hoe om te gaan met de stikstofproblematiek. Het eindadvies van dit college is juni 2020 verschenen in het rapport ‘Niet alles kan overal’.

4. Hoeveel minder stikstofdepositie is nodig?

Formeel moet de stikstofdepositie terug naar de zogenoemde kritische depositiewaarden (KDW), maar die varieert per type natuur. Zo kan een bloemrijk grasland of een ven bijvoorbeeld minder stikstof verdragen dan een bos op zandgrond.

De kritische depositiewaarden variëren veelal van 5-25 kg stikstof per ha per jaar. In de meeste gevallen is de variatie tussen 10-20 kg stikstof per ha, waarbij een range van 5-10 kg stikstof per ha voorkomt voor gevoelige vennen en duinen.

Huidige en kritische depositiewaarden:

  • De landelijke gemiddelde stikstofdepositie per ha per jaar is circa 21 kg stikstof per ha (circa 1500 mol)
  • Bij een gemiddelde depositiewaarde rond de 14 kg stikstof per ha per jaar (circa 1000 mol) zou een groot deel van de natuur redelijk rond de kritische depositiewaarden liggen

Lees door over terugdringen van stikstof

Een gemiddelde depositiereductie van 21 kg naar 14 kg stikstof per ha per jaar lijkt een gematigde ambitie, maar in termen van emissiereductie is deze zeer ambitieus. Dat komt omdat de Nederlandse bijdrage aan de stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden slechts circa 60% is. De overige 40% is afkomstig uit het buitenland. Wij exporteren overigens zelf ook stikstof naar het buitenland.

Van de 21 kg huidige gemiddelde depositie is het nationale aandeel dus 13 kg (60%) en het buitenlandse 8 kg (40%). Als we zonder verdere reductie in het buitenland de doelstelling van 14 kg gemiddelde depositie willen behalen, is er dus slechts ruimte voor circa 6 kg stikstof vanuit Nederland. Dan moet je dus denken aan een nationale emissiereductie van ruim 50% (van 13 naar 6 kg stikstof). Overal de kritische depositiewaarden halen zal dus vrijwel onmogelijk zijn.

5. Hoe kunnen we stikstofproblematiek aanpakken?

Stikstofproblematiek is een veelkoppig monster. Door de overmaat aan mest treden niet alleen verliezen van ammoniak naar de lucht op, maar ook van lachgas, wat een broeikasgas is. Daarnaast spoelt stikstof, met name in de vorm van nitraat, uit naar grondwater en oppervlaktewater. Naast de Vogel- en Habitatrichtlijn hebben we daarom ook te maken met de nitraatrichtlijn, de kaderrichtlijn water en het Parijs-akkoord. Het is dus van belang om integraal te denken en bij maatregelen niet louter naar het effect op stikstofdepositie te kijken. Zo is reductie van ammoniakemissie het meest effectief voor de kritische depositiewaarden, maar leidt emissie van stikstofdioxide tot groter gezondheidseffecten. In dit licht zijn reducties in alle sectoren dus van belang.

Lees door over aanpak van stikstof

De Nederlandse bijdrage aan de stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden is circa 60%. Daarvan komt circa 20% vanuit verkeer, industrie en consumenten. De overige 40% komt vanuit de veehouderij. Om tot substantiële emissiereducties te komen zal dus naar de veehouderij en het verkeer moeten worden gekeken.

Van de stikstofdepositie uit de veehouderij komt:

  • Circa 65% uit de rundveehouderij
  • Circa 20% uit de varkenshouderij
  • Circa 10% uit de pluimveehouderij