uitspoeling risico bij maisstro valt mee

Nieuws

Uitspoeling risico bij maisstro valt mee

Gepubliceerd op
14 januari 2019

Op melkveeproefbedrijf De Marke in Hengelo (Gld.) is een veldexperiment uitgevoerd waarin gekeken is wat de effecten zijn van het achterlaten van maisstro op de percelen. Uit dit eenjarige experiment blijkt dat dit niet leidt tot een aantoonbaar hoger risico op stikstofuitspoeling.

Melkveehouders verbouwen steeds vaker maïskolvensilage (MKS). Dit is een hoogwaardig gewas dat krachtvoer kan vervangen. Bij de oogst van MKS blijft stro achter op het land waardoor het risico bestaat op stikstofuitspoeling. Voor De Marke was dit de aanleiding om te starten met dit experiment. In deze proef zijn vier objecten in drie herhalingen aangelegd:

  • Maisstro verwijderen en onderzaai Italiaans raaigras
  • Maisstro achterlaten en onderzaai Italiaans raaigras
  • Maisstro onderploegen en nazaai Italiaans raaigras
  • Maisstro onderploegen en nazaai rogge

In dit eenjarige onderzoek is vooral gekeken naar hoeveel stro er achterblijft op het land wanneer het niet geoogst wordt en wat het risico van uitspoeling hiervan is. Verder was er aandacht voor het verschil op stikstofuitspoeling bij achterlaten op de gras onderzaai en het onderwerken en vervolgens inzaaien van gras en rogge. Wat zijn de gevolgen voor de gras onderzaai bij het achterlaten van het maisstro en hoeveel effectieve organische stof kan het maisstro toevoegen aan de bodem.

Resultaten experiment

Droge stofopbrengst vanggewas op 18 april 2017
Droge stofopbrengst vanggewas op 18 april 2017

Uit dit experiment blijkt dat  het achterlaten van het maïsstro bij de oogst van MKS geen aantoonbaar hoger risico op stikstofuitspoeling heeft opgeleverd. Dit gebeurt niet bij het achterlaten van het gewas waaruit stikstof kan vrijkomen. En het lijkt erop dat het stro ook niet zorgt voor een onderdrukking van de grasonderzaai, waardoor dit gewas minder stikstof kan vastleggen.

Grasonderzaai als groenbemester voldoet in dit experiment beter als vanggewas voor de stikstof dan het zaaien van een gewas na de oogst. Dit blijkt ook uit de figuur 1. De oogsten kilogrammen droge stof per hectare zijn het hoogst bij het toepassen van grasonderzaai. Hierdoor blijft er meer organische stof op het perceel achter.

Figuur 2: Hoeveelheid N-min in de bodemlaag 0-40 cm
Figuur 2: Hoeveelheid N-min in de bodemlaag 0-40 cm

De gemeten N-min hoeveelheden zijn in het object waar het maïsstro is achtergelaten niet significant hoger dan in de andere objecten waar het maïsstro is verwijderd. In het voorjaar zijn bij de objecten met nazaai significant hogere N-min hoeveelheden gemeten dan in de objecten met onderzaai, met of zonder achterlating van het maïsstro.

Bij het achterlaten van het maïsstro op het perceel wordt er met het gewas 1080 kg EOS/ha aan de bodem toegevoegd. Het achterlaten heeft geen effect op de hoeveelheid EOS aanvoer met de grasonderzaai. In teeltsystemen met continue maïs kan de oogst van MKS het achterlaten van het maïsstro voor een positieve organische stof balans zorgen waarmee het risico op stikstofuitspoeling op termijn lager wordt.

Figuur 3: Overzicht van het veld in het voorjaar. Op de voorgrond de objecten met onderzaai en op de achtergrond met nazaai.
Figuur 3: Overzicht van het veld in het voorjaar. Op de voorgrond de objecten met onderzaai en op de achtergrond met nazaai.

Deze resultaten zijn gebaseerd op het groeiseizoen 2016/2017. Het is aan te bevelen deze proef opnieuw aan te leggen en deze enkele jaren te herhalen bij een aantal bemestingstrappen. En meerdere weerjaren om de effecten van weersinvloeden te kunnen bepalen.

Meer informatie

Meer weten over dit onderzoek? De gehele proefopzet en resultaten zijn gebundeld in het rapport 83: Uitspoeling risico van maisstro - Resultaten experiment De Marke.