Meervoudig doelbereik sorghum in de melkveehouderij

Project

Meervoudig doelbereik sorghum in de melkveehouderij

Sorghum is een nieuw gewas voor de noordelijke regio’s dat qua groeiwijze en teelt lijkt op maïs en ook een C4 gewas met een hoge CO2 opname is. Sorghum als derde ruwvoergewas op een melkveebedrijf kan de rotatie met maïs verruimen en de nadelen van continu maïsteelt mogelijk voorkomen. In dit project wordt de potentie van sorghum in de melkveehouderij onderzocht met als doel de continuteelt van maïs substantieel te verminderen.

De continuteelt van maïs heeft een aantal nadelen, zoals nitraatuitspoeling op de droge zandgronden (waterkwaliteit). Daarnaast zal door klimaatveranderingen beregenen in de toekomst moeilijker worden (water wordt schaarser), terwijl tegelijkertijd door extremere buien bodemverdichting een steeds groter probleem wordt. Ten opzichte van maïs is de teelt van sorghum meer droogtebestendig en heeft mogelijk een hogere stikstofefficiëntie. Overigens door dezelfde klimaatverandering neemt het perspectief van een meer noordelijke teelt van sorghum ook toe! Als alternatief voor en/of in rotatie met maïs draagt sorghum bij aan de versterking van de weerstand tegen ziekten en plagen (met name bodemgebonden ziekten en ook de maïswortelboorder en maïsstengelboorder) en kan met een diepere beworteling bodemverdichting opheffen.

Voederwaarde en rassenvergelijkingen

Door veredeling is de koudegevoeligheid van het gewas doorbroken, waardoor grootschalige toepassing van sorghum - voor een combinatie van biomassa en zetmeel - in Nederland (en België) mogelijk wordt. In dit project wordt de aanpassing aan de teeltomstandigheden gestimuleerd. Door rassenvergelijking worden sorghumrassen doorontwikkeld en vergeleken met maïsrassen. De potentie en acceptatie van sorghum als derde gewas is ook afhankelijk van de milieuvoordelen, teeltaspecten, voederwaarde en opbrengsten. Daartoe worden via bemesting- en nutriëntenefficiency proeven de milieuvoordelen in beeld gebracht. Ook wordt onderzoek gedaan naar hoe het gewas het beste worden kan geteeld (zaaimethode, bemesting, gewasbeschermingsmethode, oogst, conservering). Tot slot vinden verterings- en opnameproeven plaats om de voederwaardering beter in beeld te krijgen.

Verwachte resultaten

  • Het onderzoek verschaft een voor de praktijk, maar ook voor beleidsontwikkeling, toegankelijke handreiking (inclusief economische onderbouwing).
  • Gezien het innovatieve karakter zoals de doorbraak van de koudegevoeligheid van het gewas, worden ook wetenschappelijke publicaties opgeleverd.
  • Door samenwerking en kennis te delen met de Belgische onderzoeksinstelling ILVO levert dit extra kennis op.

Achtergrondinformatie

Nieuws