Nieuws

Broeikasgasemissie op Koeien & Kansen-bedrijven

Gepubliceerd op
24 december 2018

Om de duurzaamheid van melkveebedrijven te bepalen kunnen verschillende kengetallen worden gebruikt. Eén daarvan is de emissie van broeikasgassen. Alle Koeien & Kansen bedrijven en de KTC De Marke hebben in 2017 een broeikasgasemissie van gemiddeld 1150 kilogram CO2 per ton meetmelk.

Bijdrage melkveehouderij

Bij het produceren van melk komen verschillende broeikasgassen vrij. De belangrijkste zijn:

  • CO2 komt vrij bij de afbraak van plantenresten op het land. De planten die groeien nemen echter ook weer CO2 op bij de fotosynthese. Behalve bij afbraak van plantenresten komt CO2 ook vrij bij verbranding van fossiele brandstoffen. Dat kan op het bedrijf plaatsvinden door het rijden met een trekker of het uitvoeren van loonwerk, maar ook indirect door het verbruiken van stroom, het aankopen van bedrijfsmiddelen, het aankopen van krachtvoer of het transport van voer naar het bedrijf.
  • Methaan ontstaat bij ontbinding van plantaardig materiaal. Dit gebeurt bij vertering van voer door herkauwers en door vertering van voerresten tijdens de opslag van dierlijke mest.
  • Lachgas ontstaat bij productie, opslag en toediening van stikstofhoudende meststoffen, maar vooral bij de afbraak van organisch, stikstofhoudend materiaal in de bodem.

Uitstoot per bedrijf

Voor de Koeien & Kansen-bedrijven in 2017 is met de Kringloopwijzer van 2018 berekend hoeveel CO2-equivalenten per ton melk wordt uitgestoten bij de productie van melk. Figuur 1 laat hiervan de resultaten zien.

Figuur 1: Broeikasgasemissie op Koeien & Kansen-bedrijven in 2017
Figuur 1: Broeikasgasemissie op Koeien & Kansen-bedrijven in 2017

Methaan

Figuur 1 laat zien dat de gemiddelde uitstoot van broeikasgassen op de Koeien & Kansen-bedrijven ongeveer 1150 kg CO2-equivalenten per ton melk is. Meer dan de helft daarvan komt door de emissie van methaan. Dit komt vooral door pens-fermentatie en in mindere mate door opslag van mest. Bedrijf 4 heeft met 507 kg CO2-eq. de laagste methaanemissie. Dit bedrijf heeft een hoge voerefficiëntie door hoge VEM-gehalten in graskuil en maïskuil. De bedrijven 3, 10 en 13 hebben met meer dan 700 kg CO2-eq. de hoogste methaanemissie per ton melk. De melkproductie op deze bedrijven is fors lager dan het Koeien & Kansen-gemiddelde. Ook benutten de bedrijven 3 en 10 de VEM minder goed dan gemiddeld. Op deze bedrijven is ongeveer 900 VEM per kg melk nodig ten opzichte van 840 VEM/kg gemiddeld. Op het biologische bedrijf 13 bestaat 2/3 deel van het rantsoen uit graskuil en wordt geen maïs gevoerd.

Lachgas

De emissie van lachgas op het melkveebedrijf zelf is voor de Koeien & Kansen-bedrijven gemiddeld 111 kg CO2-eq. per ton melk. Bedrijf 5 heeft met 57 kg CO2-eq. per ton melk de laagste uitstoot van lachgas. Dit bedrijf is erg intensief en de uitstoot van lachgas op het land wordt over veel kilogrammen melk verdeeld. Bij de bedrijven 4 en 6 is de uitstoot van lachgas het hoogst met 250 en 300 kg CO2-eq. per ton melk. Dit zijn beide veenbedrijven die te maken hebben met veel afbraak van organisch materiaal in de veenbodem.

Energie on farm

Het gemiddelde energieverbruik on-farm is op de Koeien & Kansenbedrijven ongeveer 32 CO2-eq. per ton melk. Rond dit niveau zitten veel Koeien & Kansen-bedrijven. Bedrijf 3 met weinig melk per ha heeft een CO2-emissie van 44 kg CO2-eq per ton melk. Het zeer intensieve bedrijf 5 met veel melk per ha heeft een uitstoot van 22 kg CO2-eq. per ton melk.

Broeikasgassen off farm

De uitstoot van broeikasgassen die niet direct op het bedrijf zelf plaatsvinden, maar die indirect toe te rekenen zijn aan het melkveebedrijf omdat producten of diensten worden aangekocht, is gemiddeld 379 kg CO2-eq. per ton melk op de Koeien & Kansen-bedrijven. Bedrijf 2 heeft met 260 kg CO2-eq. per ton melk de laagste off farm emissie. Dit bedrijf teelt veel krachtvoervervangers zelf en voert weinig krachtvoer aan. Bedrijf 15 voert per saldo veel pinken aan (aanvoer – afvoer) en heeft ook een hoge krachtvoeraanvoer. Dit bedrijf komt uit op een off farm emissie van ruim 600 kg CO2-eq. per ton melk.

Beïnvloedbaarheid

Figuur 1 laat zien dat de variatie in uitstoot van broeikasgassen voor een deel wordt bepaald door de intensiteit van de bedrijfsvoering. Maar ook efficiëntie en management zoals bijvoorbeeld bemestingsniveau en voerefficiëntie spelen een rol. Veel zaken die de omvang van de broeikasgasemissie bepalen zijn te beïnvloeden door andere keuzes te maken in de bedrijfsopzet of bedrijfsvoering. Maar sommige factoren zijn niet beïnvloedbaar zoals de grondsoort waarop het melkveebedrijf is gevestigd en die voor een deel de uitstoot van lachgas bepaalt.

Hoe ontstaan en wat zijn broeikasgassen?

Er zijn verschillende gassen in de atmosfeer aanwezig die ervoor zorgen dat de aarde op temperatuur blijft: deze gassen worden broeikasgassen genoemd. Gemiddeld is de temperatuur op aarde ongeveer 15°C. Zonder broeikasgassen zou de temperatuur op aarde ongeveer -18°C zijn. Een stijging van de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer kan op termijn leiden tot een opwarming van de aarde. Dit kan door smelten van de ijskappen weer leiden tot een stijging van de zeespiegel, ook kunnen na verloop van tijd regionale klimaatveranderingen optreden.

De meeste broeikasgassen komen van nature op aarde voor zoals waterdamp, kooldioxide, methaan, lachgas en ozon. Maar er zijn ook enkele gassen die op industriële wijze worden geproduceerd zoals bijvoorbeeld gefluoreerde koolwaterstoffen (in o.a. koelvloeistoffen en brandblusmiddelen). Al deze gassen hebben een verschillend opwarmend effect. Om het opwarmend effect van verschillende gassen te vergelijken worden ze omgerekend naar het opwarmend effect van 1 kg CO2. 1 kg methaan heeft bijvoorbeeld hetzelfde opwarmende effect als 34 kg CO2.